Het is de bankrekening waarover je niet spreekt. Die van geven en nemen, van voor wat hoort wat en die van krab jij mijn rug, dan krab ik die van jou. Ik ken mensen die niets voor een ander doen zonder dat ze er een kleine notitie van maken. In de kantlijn van die bankrekening. Ze kennen het saldo uit hun hoofd.  Het saldo van al hun relaties.

Ja ze geven graag, de rekenaars van geven en nemen. Ze lijken gul met hun gunsten, maar het zijn donaties met een doel. Geven komt eerst zeggen ze, maar over het nemen hoor je ze even niet. Terwijl het wel hun bedoeling is, dat er aan het eind nul op de rekening staat. Geen restsaldo. Zo’n vereffende rekening is een lege rekening. Is niets.

Geven is fundamenteel anders dan ruilen. Het is het tegengestelde van baatzucht; er hoeft niet per sé iets terug te komen. Het is geen handel. De mooiste rekening die mensen met elkaar kunnen hebben is een rekeningen met een stevig saldo. Het hoeft niet in balans te zijn en het hoeft niet aangezuiverd te worden. Een renteloze lening voor het leven.