Het is verleidelijk. Denken dat je ergens expert in bent, omdat je het heel vaak doet. Bloggen, taarten bakken, fotograferen, websites bouwen; je kunt er heel ervaren in raken, zonder dat het je een expert maakt. Als vaak doen het criterium is, dan ben ik een expert in fietsen, televisie kijken en twitteren. Dan was ik in het verleden ook ooit deskundige op het gebied van witte wijn en filtersigaretten. Maar noem me geen expert. Want daar is meer voor nodig.

Natuurlijk, oefening baart kunst. Malcolm Gladwell maakt daarvan knap een punt met zijn 10.000 hours of practise. Deze veel geciteerde ¨rule¨ werd onlangs prettig van kanttekeningen voorzien door Ben Carter, maar toch. Het blijft verleidelijk om te denken dat practise makes perfect. Waarbij practise staat voor heel vaak doen. Maar voor perfectie is meer nodig dan oefening en voor expertise meer dan ervaring. Volgens mij komt ook hier het goede in drieën.

  1. Geen expertise en perfectie zonder talent. Het is aanleg waardoor dingen ons moeiteloos lijken af te gaan. Onze aanleg verklaart ook onze ¨natuurlijke keuzes¨, goede én slechte.
  2. De voeding voor is talent is oefening. Veel talent en veel oefening kan zorgen voor prachtige bloei. Kán, want wie bepaalt dat je het goed(e) oefent?
  3. Geen expertise zonder feedback. De echte toppers in hun stiel zoeken voortdurend toetsing door coaching en objectivering. De beste coaches en de sterkste competitie.

Talent + oefening + feedback is de magische mix. Als één van drieën ontbreekt ligt de uitkomst tussen leuk meedoen, wordt nooit wat en potentieel gevaarlijk. Denk even na voordat je jezelf weer expert noemt.