Je kunt je er niks bij voorstellen. Bij een beroepsvoetballer die het veld op gaat “om een beetje leuk mee te doen”. Bij een hardloper die er voor tekent als zij “in ieder geval tot halverwege bij kopgroep kan blijven”. Bij een hockeytrainer die “tevreden zou zijn met een kleine nederlaag.” Bij topsport heb je toch iets anders voor ogen. En bij ondernemen zou het niet anders moeten zijn.

Ik spreek veel startende ondernemers en soms spat de ambitie er vanaf. Maar er is ook een groep die “er anders in staat”, die “zijn eigen ding wil doen”, die “het niet om het geld gaat” en die “gewoon lekker bezig wil zijn”. Het is een groeiende groep, die bezig is om het vrije werken uit te vinden. Belangrijk, maar ik zie niet in waarom dat vrije werken niet gepaard kan gaan met wildere dromen en grotere beloften. Met meer ondernemingsdrift. En met meer blufpoker.

In ondernemen moet je niet teveel realiteitszin hebben. En relativeringsvermogen is vooral nuttig bij de eindejaarsborrel. Voor de middenmoot gaan is vragen om aanmodderen. Echt ondernemen is als nieuwkomer een grote broek aantrekken en de baan opgaan om te winnen. Om de rest te verslaan, allemaal, zonder ontzag voor reputaties. Laat ze maar lachen. Het vergaat ze wel.