Ach. Die arme man met die mooie naam: Albert Mehrabiam. Zijn 7%-38%-55%-regel is misschien wel het vaakst foutief geïnterpreteerde wetenschapsresultaat aller tijden. Sinds 1967 wordt zijn theorie over de verhouding tussen verbale, tonale en non-verbale communicatie te pas en te onpas op schermen geprojecteerd in zalen en zaaltjes. Het goede is, dat we nu allemaal weten hoe onbelangrijk is wát we zeggen, als het niet correspondeert met wat ons lijf zegt. Minder is dat veel mensen daaruit begrijpen dat het dan ook weinig uitmaakt wat je tegen elkaar zegt.

Typisch gevalletje van te kort door de theoriebocht. Een belangrijke voetnoot in het onderzoek van Mehrabian is: stress in de situatie is een grote invloedsfactor. Net als de mate van “interne tegenspraak” en de aard van de conversatie. Hoe dan ook, spraak blijft een belangrijk medium voor de overdracht van gevoelens en opvattingen. Voor het gemak maak ik even een rijtje van veelbetekenende woorden en uitdrukkingen:

  1. Ja
  2. Vertel!
  3. Wat precies?
  4. Ga door
  5. Altijd?
  6. Hmm…
  7. Ja
  8. Wat nog meer?
  9. Waarom?
  10. Hoe kan ik?
  11. Wij
  12. Ik (hoor, zie, voel)
  13. Ik (wil, ga, zal)

Er zijn er vast nog wel meer. Het grappige is: de grote woorden, dat zijn de woorden die er vaak minder toe doen.