Als je dan toch aantekeningen maakt, schrijf dan in ieder geval de belángrijke dingen op. Geen vellen met volzinnen, maar informatie die je helpt om betere offertes te maken. Zoals de troetelwoordjes van de klant. Je moet er goed voor luisteren, maar ze zijn er altijd, woorden die de klant lekker vindt. Bijzondere woorden, die hij meer dan eens gebruikt om het aan je uit te leggen. Een stuk of tien heb je nodig voor je aanbieding. Je maakt er de betere aansluiting mee.

Zelf schrijf ik weinig in zo’n gesprek. Het meeste onthoud ik wel een uurtje. Vastleggen doe ik in de spraakrecorder in de auto. Heel efficiënt; ik mis zelden iets en ik heb het altijd bij me. Als ik al iets opschrijf zijn het de troetelwoordjes die ik opvang. Vaak geef ik ze ook direct terug aan de klant, om te testen hoe lekker hij ze écht vindt. Verder luister ik vooral. Ook met mijn ogen.

“Snelkookpaneffect”, ”leergretigheid”, “feilloos”, “boardroomaanpak”, “bijslijpen”, “calimerogedrag”, zomaar een paar troetelwoordjes uit gespreksnotities van twee jaar terug. Zorg wel dat je weet wat er precies mee bedoeld wordt, maar vervang ze niet door je eigen jargon. Want dat is het recept voor een verlíezende offerte. Tien troetelwoordjes maar. Goed luisteren, koesteren en ze teruggeven. Je maakt er een “lekkere” offerte mee.