Die dag komt een keer. De dag dat je geïnterviewd wordt in een zaal of op een podium. Of de dag dat je mag aanschuiven in een panel of aan een tafel. Tenminste als je een verhaal hebt. Of de verdenking van een verhaal. Wees voorbereid die dag, want het is voorbij voor je het weet.

De spotlights zijn warm en dus is het zaak je hoofd koel te houden. De verleiding is om los te branden, zodra je aan de beurt bent en dat is nou net een valkuil. Het is alleen voor de hele groten weggelegd, om vanaf het beginsignaal in een lange monoloog rechtstreeks naar het doel te spurten. Voor de rest van ons is beter om de bal een beetje heen en weer te trappen met de interviewer. Met als aftrap een klein tikkie in de breedte. En nog een. Een goed interview is een serie van een-tweetjes.

Dagvoorzitters en interviewers zijn er allergisch voor. Voor gasten die spelen op langdurig balbezit. Bij je eerste antwoord vormen ze zich razendsnel een beeld van je. Afkappen of aanmoedigen die gast? Wat wil je graag dat ze bij jou denken? De kunst is om ze de bal snel terug te spelen, met een korte en spannende opmerking. Daar hebben ze een zwak voor, voor stellingen en soundbites. Doe dat een paar keer en je krijgt steeds meer ruimte van ze.

Ken je pappenheimers. En je soundbites.