herrijzen na een afwijzingDoei
Ze kunnen zó op een steen, op het kerkhof van de twijfelachtige bedoelingen. Beroemde laatste woorden, zoals: Geef me even de tijd. We bellen nog. Ik kom daar nog op terug. We pakken het wel weer eens op. Heeft nú geen prioriteit. Ik heb je gegevens. Stuur maar wat informatie. Ik zal het hier voorleggen. Misschien volgend jaar. Het zijn stuk voor stuk kluitjes in het riet, afstoppers en dooddoeners. Neem ze dus niet letterlijk. Het zijn laatste woorden.

Wie weet?
Geef jezelf geen valse hoop. Mensen houden niet van afgewezen worden en zullen hun eigen afwijzingen dan ook graag een beetje dragelijk laten klinken. Ze verpakken hun Nee, dank je wel als Misschien ooit nog wel eens. Ze denken je daarmee een plezier te doen, maar verkopen je een kat in de zak. Drie van die “wieweetjes” in een week en je gaat denken dat je lekker bezig bent. Maar nee; hij vond het niet de moeite, haar zei het niets en zij zien je voorstel ook niet zitten“. Duidelijker zo?

Stof en as
Wees dan maar zélf wat harder voor jezelf. Vraag hom of kuit. “Indien vandaag niet, wanneer dan wél. Of tóch eigenlijk helemaal niet. En waarom dan nu niet en wat ontbreekt er dan aan?” Het is een uitstekende manier om weten te komen waar ze wél op zitten te wachten. Om de volgende keer met iets onweerstaanbaars op de proppen te komen. Iets waarvoor ze vallen bij bosjes. Beter daar nu zicht op, dan jezelf wentelen in valse verwachtingen. Dwing jezelf door stof en as. Om als een feniks er uit te herrijzen.

 
>MAIL BIJ NIEUWE BLOGS<