Op de agenda stonden 26 punten en het pak bijlagen was dikker dan mijn schrijfmap. De maandelijkse MT vergadering stond gepland van 9 tot 12 en omdat niet iedereen er was, waren zij met z’n tienen. Agenda en verslag samen kostten 25 minuten en om half elf waren we bij punt vier en was er plaspauze. Om half twaalf ging de secretaresse bellen voor broodjes en de rest met zijn of haar afdeling dat het later werd. Ik zat erbij, keek ernaar in mijn rol van professioneel buitenstaander. Ik vond alles goed. Nu nog wel.

Toen de boel tegen tweeën werd verdaagd, bleven er nog negen punten staan voor de volgende maand. Onder de wel behandelde zaken turfde ik een voorlopig besluit, een voornemen en een “principeafspraak”. Het overige was vooral om elkaar te informeren, bij te praten, te klankborden, de gevoelens te peilen en draagvlak vast te stellen.

Inmiddels rook het in de boardroom naar iets vettigs en vloeibaars. “Goeie vergadering wel”, zei de voorzitter, “maar weer niet klaargekomen met de agenda, Wim. Wat moeten we anders doen?”

Het huiswerk voor deze maand luidt: anderhalf uur, actielijst “bij uitzondering”, verder maximaal tien punten, alleen datgene wat echt niet bi- of tri-lateraal kan, bijlagen per punt niet langer dan 1 kantje, geen presentaties, stukken vooraf gelezen, minstens zes besluiten, alleen plat water en beginnen om vijf uur ’s middags. Dat zal ze leren.