U en ik, we zijn vaak slechte voorzitters. We laten ze allemaal door elkaar praten en we snoeren ze onvoldoende de mond. En het zijn altijd de lastigsten het hoogste woord voeren. Logisch dat we niet tot daden komen. Als wij niet zelf de regie pakken, dan blijven ze wel zeuren, die stemmetjes van binnen. Nee u en ik, we zitten onvoldoende aan het hoofd in ons hoofd.
Het zijn luidruchtige tijden, maar het meeste lawaai komt nog altijd van binnen. Bij alles wat we doen zijn er stemmen in ons hoofd, die door elkaar heen praten. De durfal en de voorzichtige, de optimist en de veelvrezer, de schoolmeester en de luilak, het is een grote kakafonie. Eens worden ze het nooit, dus iemand zal telkens weer keuzes moeten maken.
Wie iets gedaan wil krijgen, zal met zijn stemmen aan de slag moeten. Stoppen met vergaderen, een besluit nemen en de tegensprekers even zwijglicht opleggen. Ze komen later heus wel weer aan de beurt. Maar voor werk in uitvoering moet het stil zijn van binnen.