Het is het kantelpunt in veel van mijn trainingen. Het moment dat het woord beïnvloeding valt. We hebben geoefend met het verbale en het non-verbale. We hebben gemerkt wat je kunt bereiken met bewuste en doelgerichte communicatie. We hebben gevoeld hoe het voelt om invloed uit te oefenen. Het is een moment van schrik, want we naderen een grens. Die van macht en invloed.
De angst voor beïnvloeding is niet denkbeeldig. Voorbeelden genoeg van retorisch en anderszins begiftigde mensen, die hun vermogens gebruiken op een manier die discutabel of zelfs kwaadaardig is. Maar wat ons angstig maakt, is niet dat bedreven anderen ons dingen zouden kunnen laten doen tegen onze wil. Nee, wat ons afschrikt is dat wij hén zouden kunnen manipuleren. We zijn bang voor onze eigen kracht en macht.
Het is nooit de schuld van de hamer, niet van het buskruit en niet van de auto. Talent en vaardigheid zijn als scherp gereedschap. Een ongeluk zit in een klein hoekje, maar ook de verleiding van oneigenlijk gebruik. Dat geldt ook voor wie communiceert op het scherp van de snede. Het bezit van het gereedschap verplicht tot gebruik in het gezamenlijk belang. Het belangrijkste communicatieve vermogen is dan ook om uit te vinden wat de ander écht wil. Vermogen geeft verantwoordelijkheid.