Er zijn tientallen redenen om ondernemer te willen worden. En de grootste helft daarvan is fout, of op zijn best twijfelachtig. Je moet dus heel goed weten wat je doet, voor je besluit om de baas de baas te laten en je eigen winkeltje te beginnen. Als je het niet heel zeker weet kun je beter doorsolliciteren.
Machtswellustige managers, krankzinnige collega’s, tenenkrommende teambuilding, frustrerende functioneringsgesprekken en krampverwekkende kwartaalvergaderingen. Wie zit er wél op te wachten. Het zijn dan ook veelgehoorde argumenten om de maandelijkse salarisbetaling op te geven voor de droom van omzet en winst. Hoe begrijpelijk die afkeer ook is, veel van het nieuwe ondernemen is een vermomde vlucht, met niet meer dan de droom van een andere zijde van de heuvel en groener gras. Het is achteromkijken en tegelijk vol gas vooruit. Niet realistisch en risicovol.
Weten wat je niét (meer) wilt is goed, maar je wint er de oorlog niet mee. Echte ondernemers worden gedreven door iets wat ze wél voor ogen hebben. Door dat wat ze nu in handen hebben en wat ze daar straks van gemaakt gaan hebben. Ze houden de blik gericht op die horizon en zetten elke dag een paar stappen vooruit. In de binnenspiegel kijken ze nauwelijks. Daarvan ga je alleen maar slingeren.