Het ego is een lastige gast. Ik weet niet hoe het met dat van jou is, maar met het mijne heb ik een haat liefde verhouding. Het duikt op wanneer ik het kan missen als kiespijn en als ik dan een keer wél nodig heb, dan laat het verstek gaan. Is het er wél, dan gedraagt het zich al gauw luidruchtig, overheersend en aanstellerig. Zet me voor paal. Sta ik een andere keer met knikkende knieën en m’n mond vol tanden, dan schittert het door afwezigheid. Ik hoop dat jij het beter getroffen hebt met het jouwe.
Het ego heeft wat je noemt een imagoprobleem. In nieuwetijdse werkwinkels proberen ze je tegenwoordig wijs te maken dat je beter af bent zonder dan met. Daar is het ego iets dat in de weg zit van het hart. Van verlichting, bezieling en van warme contacten met échte mensen. Kan zijn, maar een werkdag heeft 12 uur, het terras moet geboend, de vracht moet naar binnen en die deal moet nog gescoord. Het ego heeft tenminste werkhandschoenen en lak aan de prikklok.
Voor de zaak is het belangrijk, dat je een goede relatie hebt met je ego. Dat jij het regelmatig het zwijgen oplegt en andersom dat het jouw af en toe een schop onder je kont geeft. En dat je elkaar de waarheid zegt, eerlijk bent, zonder blad voor de mond. Misschien moeten jullie samen maar weer eens een vorkje prikken.