Ze hadden het perfect geregeld. Alle drie hun eigen afdeling en niet teveel op elkaars terrein. Niemand die meer of beter was dan de ander; zo wilden ze het bedrijf leiden. Zo was het ook aan ze nagelaten door hun pa. Ze waren het over alles eens, zaten helemaal op dezelfde lijn, gaven samen leiding en dus hoefde geen van de baas te spelen. Akkoord, lastige markt en goeie mensen schaars, maar verder waren ze dik tevreden.
Daar dacht het personeel anders over, net als de bank, de accountant, een grote leverancier en een aantal klanten. Kortgezegd kwam het er op neer dat je geen afspraken met ze kon maken. Je kreeg ze nooit met z’n drieën tegelijk aan tafel. Beloven deed elk van hen genoeg, maar altijd onder voorbehoud van goedkeuring in het directieoverleg. Vervolgens kon je er op wachten, op je participatieplan, je voorraadgegevens, je handtekening, betaling, spoedlevering, besluit. Tot je een ons woog.
Een belangrijke rol van de leider is die van knopendoorhakker. Iemand moet het voortouw nemen, het oordeel vellen, het zwaard hanteren. Drie mensen is vergaderen, twee is overleggen, één is besluiten. Het scherpzwaard van de leider heeft maar één heft.