Weinig is zo vermoeiend als denken voor de ander. Bij schaken en dammen heeft het een functie, maar denksport zonder bord is zinloos en kan je afmatten. Toch maken veel mensen hele stukken van hun dag zoek met bedenken wat de ander wel zal denken. Over wat zij zelf zeggen, hoe ze zich kleden, wat ze doen, of nalaten, enzovoort. Door al hun oefening maken ze zichzelf ook nog wijs ook dat ze er zicht op hebben, op andermans gedachten. En daar gaan ze dan weer naar handelen. Zo creëeren ze een schijnbare werkelijkheid waaruit het lastig ontsnappen is.
Terwijl het zoveel eenvoudiger kan en zoveel lichtvoetiger. Stop met piekeren en vraag je eerst af, waarom je zou willen weten wat de ander denkt. Wat zou je doen met die kennis, als je wist wat de ander dacht? Opeens zie je in hoe kwetsbaar en afhankelijk je jezelf maakt, met je gewroet in andermans denken. Het leidt slechts tot twijfel aan jezelf.
En als je écht wilt weten wat iemand denkt, dan vraag je er naar. Niks mis met oprechte nieuwsgierigheid.






[...] Dit blogartikel was vermeld op Twitter door Huub Koch, Monique Nillessen en Hennie Tibben, Wim Aalbers. Wim Aalbers heeft gezegd: zet jezelf niet denkmat : http://bit.ly/fdgMH3 [...]
Ik denk dat vooral vrouwen zich hierin zullen herkennen, ik in elk geval wel. Je hebt volkomen gelijk, het is tijdverspilling om over de eventuele gedachten van een ander na te denken.
vrouwen, mannnen, ik denk niet dat het zoveel verschilt, misschien wel hoezeer we het laten doorschemeren… dank je
Daar zou je gelijk in kunnen hebben.