De helft van de mensen begrijpt het zo ook wel. Die zijn net als jij; van eerst geven en dan pas ontvangen. Van dingen met elkaar delen, vanuit vanzelfsprekende wederkerigheid. “Voor wat hoort wat”, maar dan zonder woorden. Chiquer. Geef ze een vinger die mensen en je krijgt er een terug.

Bij de andere helft van je relaties moet je iets duidelijker zijn. Als je hen wat geeft, zijn ze je net zo dankbaar, maar ze betalen je niet vanzelfsprekend met gelijke gunst terug. Misschien zijn ze vanuit hun aard iets meer bezig met verzilveren. Ze hebben best iets van waarde voor jou en ze gunnen je het ook wel. Je moet ze er alleen wel op wijzen.

De netwerkeconomie is die van de wederkerigheid. We helpen elkaar en dat begint met geven. Een heerlijk vertrekpunt voor veel professionals, want die hebben veel en die weten veel. Ze ondernemen als zaaiers. Ze strooien met gulle hand, in het vertrouwen dat alle zaadjes vanzelf gaan kiemen, groeien en vruchten geven. Dat geeft teleurstelling.

Delen en geven is een moderne en goede strategie voor marktbewerking. Maar doe het niet als de voedselbank: “voor niks”. Wees duidelijk naar de ander over waarom je het doet; “zodat het naar meer gaat smaken”. Wees ondernemend assertief; glashelder en eerlijk over je intenties en verwachtingen. Dat kan bloedserieus zijn en tegelijk met een knipoog. Zorg dat ze je voor vol aanzien.

Lees ook eens: Netwerken is geen substituut voor acquisitie