Het zijn maar woorden en het is maar taal. Je kunt er mee goochelen, knoeien of mee spelen en je kunt er mooie dingen mee doen. Je kunt losse woorden ook proeven, een voor een, om ze beter te begrijpen; de betekenissen en de verschillen; nuances. Bijvoorbeeld de nuances van de drie woorden leuk, goed en mooi.  
Leuk is van de korte klap: snel en niet al te moeilijk, ruim te interpreteren en breed begrepen. Een leuke film, een leuk feestje een leuk boekje, de verkleinwoordjes sluipen er zomaar in. Leuk is het broertje van lekker. Leuk is buikgevoel.
Goed is niet van de buik maar van het hoofd. Goed is doordacht en afgewogen. Er mag geen misverstand over bestaan. Wat goed is leggen we vast; in voorschriften, protocollen en kwaliteitscriteria. Goed kun je meten. Het is goed, beter of best. Of het is slecht. Goed hoeft je nog niks te doen.
En dan is er nog mooi. Mooi is soms moeilijk, want daarover verschillen we vaker van mening. Mooi is als leuk, maar op een ander niveau. En dat mooi ook goed is, dat staat niet eens ter discussie. Mooi kan langzaam tot je doordringen, maar net zo goed inslaan als de bliksem. Voor mooi hebben we niet zoveel woorden nodig. Mooi is van het hart. Jouw hart. Mijn hart.
Het lijkt me een mooie meetlat voor de beoordeling van je werk en je relaties en je dag. Leuk is lekker, goed is prima, maar wat is er mooier dan mooi?