“Nooit meer terug in een managementfunctie Wim?” De vraag wordt me heel af en toe nog gesteld. Soms om me te peilen (iemand heeft iets leuks in de aanbieding) en soms ook uit bezorgdheid, blijkt vervolgens. Over het bestaan van de zelfstandig professional doen wilde verhalen de ronde. De publiekspers halen vooral die over gebrek aan werk en over “functioneren in de marge”. De succesverhalen van ZP’s – en die zijn er volop – worden maar zelden breed uitgemeten. Je hoort ze één op één van ZP’s en je leest ze op het internet. Net als overal wordt er gebluft en opgeblazen, maar er is genoeg échte ZP-glorie. Die werkelijkheid is er ook. En mooi.
Er zijn genoeg redenen waarom je als ZP af en toe kunt mijmeren over een baan in loondienst. Ik hoef ze niet voor je op te sommen. Oké, de veronderstelde zekerheid bij een baas is vaak schijnzekerheid en een teamgevoel kun je ook buiten de bedrijfspoort vinden. Maar er is ook zoiets als ergens-bij-horen en veel ZP’ers moeten daarvoor op pad. Ergens naar toe. En dat is toch anders. Ik spreek natuurlijk voor mezelf.
Toch zijn er zijn meerdere argumenten waarom ik direct  “Nooit meer” zeg, als mij die loondienst-vraag weer eens wordt gesteld. Één daarvan staat centraal en daarover laat ik hier graag iemand anders aan het woord: Marc Manceaux. Ik keek geboeid naar de korte film “La mer de pianos” , over zijn piano-onderdelenwinkel in Parijs. Daarin zegt hij (4 min 10 sec) op de vraag naar zijn toekomst: “Je pense que je vais arriver a rester un homme libre, jusqu’au bout.” Een prachtige motivering voor een  leven als zelfstandig professional. “Vrij man blijven.” Dat zegt het wel zo’n beetje.
Wat is jouw motief?