Met spreken gaat het vaak fout en met zwijgen is het al niet beter. Tjonge, wat kunnen we elkaar toch op een hoop manieren verkeerd begrijpen. Woorden hebben zoveel verschillende betekenissen, om maar niet te spreken over de klank waarmee ze komen en de mimiek. Maar het zwijgen van de ander kan door ons al net zo veelzeggend worden uitgelegd. Terwijl het misschien juist als niets-zeggend bedoeld is.

Er wordt te weinig gezwegen tussen mensen. En dat geeft akkefietjes, ruzie en oorlog. Keer op keer blijkt, dat de grootste conflicten lijden aan een tekort aan zwijgen en naar elkaar luisteren. Gewoon stil zijn en de ander laten uitpraten blijkt zó moeilijk, we slaan elkaar veel liever om de oren met argumenten. We denken dat zwijgen hetzelfde is als gelijk geven en dat laten we ons niet gebeuren. Dan overschreeuwen we elkaar nog liever.

Laten we twee dingen met elkaar afspreken. Eén: wie zwijgt die stemt niet toe. En twee: we gaan om de beurt praten. Ik zie keer op keer hoe in de meest stormachtige conflicten ruimte ontstaat door je simpelweg hieraan te houden. Kemphanen ervaren het vaak als een opluchting, om te ontdekken dat zwijgen niks meer betekent dan zwijgen. Punt. En heerlijk als je weet dat jouw spreek-beurt zo wel komt. Dat geeft een ontspanning!

Het eind van de oorlog begint met het opschorten van je oordeel.