Men werkt je tegen? Mooi. Dat is het lot van mensen die iets ondernemen, iets voor hebben, iets aanpakken of willen veranderen. Krijg je geen tegenwerking, dan is er waarschijnlijk weinig waar men zich over opwindt. Dan verandert er door jou vast niet veel. Veilig.

Je krijgt oppositie? Mooi. Oppositie bewijst, dat ze iets voelen bij wat je doet. Dat je niet in de koude kleren gaat zitten, dat je iets losmaakt. Maar als je dat doet, dan moet je wel tegen gedoe kunnen. Gedoe, geblaas en geneuzel.

Oppositie houdt van gedoe. Van theater en toestanden, over van alles en nog wat, behalve over de kern van de zaak. Vooral als de kern haar eigen functioneren raakt. Laat je daardoor niet afleiden. Benoem de kern keer op keer. Blijf bij jezelf.

Oppositie houdt van geblaas. Van zichzelf groot maken en er van alles en iedereen bij halen. Zo lijkt ze vaak groter dan ze in werkelijkheid is. Luister niet alleen naar de toeteraars, maar ook naar wie maar een beetje meeblazen. Hoor de nuances en gebruik ze.

Oppositie houdt van geneuzel. Van de nadruk leggen op bijzaken, details en restpunten. Losse eindjes, vaak bij gebrek aan een éigen rode draad. Focus op je visie en op je resultaat en op het grotere geheel. Vertel dat ene verhaal voortdurend.

En dan is er tenslotte nog oppositie met een punt. Oppositie die je ogen opent voor je blinde vlek en je dode hoek. Doe er iets mee en ze worden je bondgenoten.