Het maakt niet uit hoeveel tijd je hebt voor je presentatie. Eén ding is genoeg. Hoe lang je verhaal ook is,  zorg dat het over één gedachte gaat. Denk niet dat je publiek weggaat met het lijstje dat je had bedacht in de volgorde die je had gemaakt, met de verbindingen die je hebt gelegd. Je mag blij zijn als ze één ding van je onthouden. Laat het daar dan ook bij. Eén ding.
Tijd is de valkuil van de spreker. Hoe meer tijd hij heeft, des te groter de kuil. Vijf minuten dwingt tot kernachtigheid, maar tien is al gevaarlijk. Om maar te zwijgen van een half uur. De spreker dwaalt af en de gedachten van zijn gehoor met hem. De sterkste ideeën sneuvelen op het slagveld van meer tijd.
De beste presentaties draaien om één gedachte. De beste sprekers zijn zich dat bewust en beperken zich tot dat ene punt. Als ze meer tijd hebben kiezen ze voor verdieping in plaats van verbreding. Ze onderbouwen en ze illustreren. En ze komen telkens terug op hun beginpunt; de kern van de zaak.
Presenteren begint met nadenken over het einde. Wat wil je dat ze van je onthouden? Al het andere is ondergeschikt of is bijzaak. Gebruik het ondergeschikte als onderbouwing van de hoofdzaak. En sleep bijzaken er niet bij, maar laat ze weg.