Als je je hond wegduwt, telkens als hij even een aai komt halen, dan komt hij op een dag niet meer. Als je je kind voor de tv zet als het om je aandacht vraagt, dan zet het op een dag zelf het ding wel aan. Als je je partner antwoord geeft zonder de krant neer te leggen, dan krijg je op een dag geen vragen meer. Je krijgt waar je om vraagt. Op een dag.

Achteraf zullen we als marketeers met verbazing en schaamte terugkijken op het eerste decennium van deze eeuw. Wat hebben we onszelf in de vrede aangedaan? We hebben onze kantoren gesloten, onze baliemedewerkers naar huis en onze klanten de straat opgejaagd. We hebben ons verschanst achter slagbomen op bedrijventerreinen, achter webinterfaces en inlogschermen. We hebben het allerbelangrijkste – het klantcontact – uitbesteed aan callcenters. On target in New Delhi. En nu vragen we ons af; hoe onderscheiden we ons nog van concurrenten? Hoe maken we nog verschil? We zien nooit meer een klant. We hebben geen idee.

Glasvezelmarketing is marketing met contactarmoede. De klant weet inmiddels dat je geen moeite meer doet. Het zal hem worst wezen. Hij zoekt het zelf wel uit. Voor jou tien anderen. Er is maar één weg terug, marketeers van Nederland en dat is op je knieën. Aanspreken, sorry zeggen en beterschap beloven. En dan misschien, heel misschien….