Opeens hadden ze allemaal een stropdas om. Rond de kale nek boven hun t-shirt of in de kraag van hun poloshirt. Het zag er potsierlijk uit en ik begreep de boodschap-met-een-knipoog. “Hier draagt men geen stropdassen, dus dit is een ernstige waarschuwing Wim.” Voortaan deed ik hem af op de parkeerplaats, mijn stropdas. Formaliteitje.

Op het business platform inc.com las ik een stuk waarop ik even moest kauwen. Onder de kop “Is formality toxic?” citeert de schrijver de prikkelende company-blog van tech-organisatie Campfire:  “Formality is like a virus that infects the productive tissue of an organization. The symptoms are stiffness, stuffiness, and inflexibility.” De conclusie van het stuk is dat productiviteit niets te maken heeft met uiterlijke verschijning en dat de twee zelfs op gespannen voet staan. De vraag die open blijft staan is of de formaliteit van het zakelijk kostuum werkelijk infectueus is en dodelijk voor creativiteit, expressie en ondernemingslust. Zijn de dasloze hals en de casual look uitingen van “a liberation of the mind and the new world order”?

Ik ben een notoire twijfelaar als het gaat om kleding code. Overtuigd van het belang van een zowel een goede presentatie als van individuele expressie. (Lees De valkuil van de eerste indruk) Ik zie dagelijks hoe conformeren het ijs breekt en eenheid smeedt. Maar ik weet net zo goed hoe het breken met groepsregels kan zorgen voor energie en vernieuwing. Ik probeer dus iedere keer weer dat te doen (en te dragen) dat het meest bijdraagt aan doel en droom.

De verplichte casual look is ook een uiting van formaliteit. En dus schadelijk. Of productief.