Het maakt allemaal niet zoveel uit. Stond in de krant gisteren. Hoeveel je ook sport en beweegt, het heeft nauwelijks invloed op je gewicht.

Afvallen doe je dus niet in de sportschool of door je voor te bereiden op een marathon. Andere dingen zijn belangrijker. Gewoonten, routines en slimmigheden blijken betere voornemens.

Al dat heftige bewegen blijkt nauwelijks bij te dragen aan het behoud van je gezonde gewicht. De calorieverbranding erdoor blijkt minimaal, in verhouding tot (het gevoel van) de geleverde inspanning. Inspanning die we als vanzelf weer compenseren met calorierijke snacks en drinks. Het resultaat is nul. Op z’n best. Zegt de wetenschap. Maar wat werkt dan wél?

De wijze les is – zoals zo vaak – een beetje saai. Het zijn niet de energievretende inspanningen die het verschil maken, maar het is de discipline die het doet. Niet het grote zweten en de persoonlijke records, maar het taaie en saaie vasthouden aan voor de hand liggende gewoontes. Minder eten, caloriearm, op vaste tijden, kleinere porties en daaraan vasthouden. Langdurig. Én bewegen natuurlijk, in een gezonde mate.

Het principe is eeuwenoud. Stabilitas, conversatio morum en obedientia, leerde de Benedictijnse spiritualiteit ons al. Gehoorzamen, dagelijks verbeteren en volhouden, en dat in willekeurige volgorde. Het zijn geen gedragingen waar je groots over kunt verhalen. Wie succes wil hebben moet een zekere saaiheid kunnen opbrengen. Behalve op je gewicht kun je het zo’n beetje overal op toepassen. Voor écht succes heb je een lange adem nodig. Saai maar waar.