Overal is besmettingsgevaar, dus kijk uit waarmee je jezelf in aanraking brengt. Piekeren is besmettelijk, net als klagen en zeuren. Gemopper en geëtter, met in het ergere stadium cynisme en sarcasme. Maar ook pesten, roddelen, de kantjes er af lopen en de boel verslonzen zijn besmettelijk. Voor je het weet krijg je het mee. Zorg dat je er niet te dicht bij in de buurt komt. Of te vaak.
Oók besmettelijk, maar dan heel anders, zijn optimisme, vriendelijkheid, vrijgevigheid en aandacht. Luisteren is besmettelijk, net als het opzouten van conclusies en oordelen. Wellevendheid en goede manieren zijn uiterst besmettelijk. Je draagt ze over op je omgeving voor je het in de gaten hebt. Ze zeggen zelfs, dat succes en geluk besmettelijk zijn. Als ik om me heen kijk ben ik geneigd het te geloven. Maar het meest besmettelijk van alles is glimlachen. De verspreiding van een oprechte glimlach is gewoon niet te stoppen.
Weet hoe besmettelijk je bent. Weet waarvan je de bron bent.