De beste deal is niet het onderste uit de kan of de hoogste prijs. De beste deal is ook niet voor een appel en een ei of knollen voor citroenen. Het is zeker niet de beste deal, als de ander uitgeteld in de hoek ligt, zijn blaren telt, of afdruipt met de staart tussen de benen. Het is misschien de beste transactie, maar niet de beste deal.

Transacties zijn vaak treurige gebeurtenissen. Koper en verkoper treffen elkaar bij toeval. Ze hebben geen relatie en niet de bedoeling die te krijgen. Ieder gaat voor zich, wat telt is het moment en het handjeklap. De winnaar wordt bepaald door de vorm van de dag. Daarna is het snel wegwezen. Bij transacties zijn klanten passanten. Ze vinden plaats op afwerkplekken.

Een deal is een ander verhaal. Bij een deal wordt er verder gekeken dan de transactie. Partijen weten dat ze elkaar later weer tegen gaan komen. Ze beseffen dat ze op langere duur van elkaar afhankelijk zijn of kunnen worden. Een relatie hebben of misschien wel kunnen krijgen. Het kenmerk van een deal is, dat er altijd iets op tafel blijft liggen. De transactie is gedaan, maar er is nog over. Neem maar. Nee, neem jij maar, dat krijg je van me. Dankjewel. Dat waardeer ik zeer. Volgende keer mijn beurt.

In veel marketing en verkoop is het armoe troef. Aanbieders die over deals praten, terwijl ze transacties doen, die krijgen het lid op de neus. Vroeger of later. Hun klanten zien alles als een deal.