Ik wil het graag geloven. Dat de toekomst van de wereld transparant en open is. Dat staten, leiders en burgers op een andere manier met elkaar om zullen gaan. Gedwongen – zeg maar geholpen – door de onbegrensdheid van het internet. Ik wil het graag geloven, maar ik weet het nog even niet. Misschien ben ik net niet naïef genoeg. Niet goed genoeg van vertrouwen in de medemens. En dus in mezelf.  Eerst zien dan geloven?
Hoop put ik elders. Zoals uit het artikel van Roos Vonk in de Volkskrant van zaterdag. De titel is Vertrouw elkaar eens. Vonk schrijft daarin over de besmettelijkheid van vertrouwen en over de heilzaamheid ervan. Op vele fronten. Over hoe een vertrouwende opstelling het ”knuffelhormoon” oxytocine aanmaakt en hoe dat weer zorgt voor meer dopamine in onze hersenen (ook lekker).
Ik heb het altijd gedacht en nu blijkt het nog bewezen ook. Geloven in de goedheid van anderen – want wat is vertrouwen ánders – maakt je gelukkiger en succesvoller. Niet altijd en met iedereen, maar bottom line wél en daar gaat het toch om. En zoals de waard is vertrouwd hij zijn gasten. Geloof ik mezelf wel?