Telefonische acquisitieIk nam de telefoon op en hoorde even niets. Daarna was er opeens een frisse damesstem, die aan me vroeg “Spreek ik met de heer Aalbers?” Ik humde wat, want ik had toch net duidelijk mij naam genoemd. “Fantastisch dat ik u tref, mijnheer Aalbers want, ik bel u namens *een krant* en nu.. Op dat moment onderbrak ik haar.

Ik wilde graag van haar weten waarom het “fantastisch” was. Het kwam er op neer, dat zij heel veel mensen moest bellen om ze een abonnement aan te smeren. Dus dat ik de telefoon opnam was een fantastisch begin. Voor haar. Dat haar telefoontje voor mij misschien niet fantastisch was omdat we net het konijn wilden gaan begraven, of omdat ik in mijn kluskloffie helemaal van de ladder was af gekomen, of omdat ze me uit mijn concentratie voor een passende blogtitel had gehaald, dat vond ze lastig te begrijpen. Maar het ging dan ook niet over mij. Het ging over haar.

Het werd een beetje een coachgesprek. Prettig maar confronterend. Want daarvan krijg ík nou een goed gevoel.