Je kon er een speld horen vallen. Aan alle bureaus werd geconcentreerd gewerkt, voorovergebogen over stukken, of met de blik gefixeerd op het beeldscherm. Hier en daar werd getelefoneerd, korte gesprekken, op gedempte toon. “Voor geklets hebben we geen tijd”, zei de manager tevreden. “Het secretariaat hebben we afgeschaft. Wat een afleiding, zo’n kippenhok. De hele dag gedoe over niks.”

Met het team vergaderen deden ze ook niet meer. Alleen nog projectbesprekingen met direct betrokkenen. Verder alleen bilateraaltjes, nooit langer dan een half uur. En de rest per e-mail. Dat was een hele verbetering ten opzichte van eerder. Geen gepraat om het gepraat meer. De urenproductiviteit was enorm gestegen. Eigenlijk allemaal verbeteringen. Hooguit wat kleine misverstanden, gedoe en flauwekul allemaal. Maar toch hinderlijk genoeg om zich af te vragen wat hij daar nou toch aan moest doen.

Dat viel nog niet mee, om het gesprek op gang te krijgen. Argwaan en afwachtendheid lagen als een blok in de weg van een dialoog. Met elkaar praten over andere dingen dan projecten was onwennig en onveilig. Als er wat was, dan stuurde men elkaar een e-mail. Over de onbelangrijke dingen werd niet gesproken, laat staan over de belangrijke.

Veel organisaties zijn afgebeend tot op het bot. Alle speelruimte is weggesaneerd voor meer productie en meer efficiëntie. Communicatie staat gelijk aan e-mail en voor conversatie is al helemaal geen tijd. Het gekeuvel, de babbel, het gezellige praatje verdwijnen. En wie de kunst van het kouten verleert, die gaat ook last krijgen met de gesprekken die wél belangrijk zijn. Die gaat schrijven waar praten op zijn plaats is. Vragen om problemen.
Herstel het kippenhok in ere. Meer gepraat om het gepraat.