de vraag aller vragenSoms lijk ik wel het muntenmannetje. Ik kom binnen en ze staan in de rij om tegen me te beginnen. Veel hoef ik niet te doen; een open vraag stellen is voldoende. Muntje erin en ze barsten los met hun verhalen. Over zichzelf. Zonder kop of staart. En vooral zonder einde. Zo’n open vraag is net een muntje in hun praatautomaat. En de speeltijd staat op oneindig.

Ik zoek het altijd eerst bij mezelf. Heb ik een luistergezicht? Een beetje naïeve uitstraling misschien? Permanent opgetrokken wenkbrouwen? Je weet het soms niet van jezelf. Maar in alle eerlijkheid, ik heb best een leuk verhaal zelf, waarover ik graag uitweid, mits je me de kans geeft. Maar op de een of andere manier komt dat er meestal niet van. Ik heb mijn zakken vol met muntjes.

Er is wel een oplossing, maar die is een beetje cru. Een beetje op het randje; op het scherp van de snede zeg maar. Hij werkt als een steen door de ruit, als een kras op de plaat. Het is mijn speciale muntje, voor als gewone muntjes de machine weer eens op hol doen slaan. Het is ook een open vraag, maar-dan-anders. Timing is belangrijk, dus wacht op een kleine opening, kijk de ander recht in de ogen, glimlach en vraag:

“Stel dat jij even tijd voor me had, welke vraag zou je me dan stellen?”