“Wat Charlie Hebdo doet gaat wel erg ver.” Dat kun je mensen horen zeggen en denken. Ik begrijp dat wel. Toen ik in Parijs werkte kocht ik het blad heel af en toe. Uit nieuwsgierigheid vooral. En vaak vond ik wat er in stond stiekem leuk. De scherpe stukken en de harde cartoons, gericht tegen alles wat zichzelf groot en belangrijk maakte. Macht, religie, business.

Vaak vond ik het ook wel over de rand. Grof, smakeloos, beledigend. Over een rand die ik voor mezelf hanteer. Een rand die bij mij past en weerspiegelt waar ik voor sta. Maar het was mijn rand en daar hadden zij van Charlie Hebdo geen boodschap aan. Als ze moesten rekening houden met wat ik over de rand vond, moesten ze met iedereen rekening houden. Dan konden ze op een gegeven moment niets meer schrijven of tekenen. Dan hield het op.

“Wat Charlie Hebdo doet gaat wel erg ver.” Dat is precies waarover het gaat bij het recht op vrije meningsuiting. Dat mensen kunnen en mogen zeggen wat bij jou over je rand of je grens is. Omdat iedereen een andere rand of grens heeft.

Voor het grondrecht van vrije meningsuiting moeten we iets van onszelf onder controle houden. Iets van ons ego, onze trots, onze eer, onze stelligheid, onze gehechtheid aan onze denkbeelden.

Maar we krijgen er heel veel voor terug. Namelijk de vrijheid om diezelfde denkbeelden zonder schroom of angst te kunnen uiten, ongeacht wat anderen goed- of afkeuren. Vrijheid van denken en spreken.

Wat gisteren in Parijs is gebeurd raakt ons allemaal zo, omdat we weten dat het onze grondrechten schoffeert. Rechten die ten grondslag liggen aan al het andere. De mensen van Charlie Hebdo vochten dagelijks voor die grondrechten.
Laten wij dat ook doen.
=======
Verder: Gisteren las ik dit: No, we are NOT all Charlie (and that’s a problem)