|
|

Morgen weer een dag, het gras is altijd groener en de soep wordt niet zo heet gegeten. Wie goed kan omgaan met de betrekkelijkheid van de dingen, die leeft makkelijker en misschien wel langer ook. Maak je niet druk. Gewoon blijven ademen. Komt tijd komt raad.
Het vermogen tot relativeren zit er bij onze bedrijven en organisaties niet ingebakken. We nemen onszelf graag serieus, met onze missies en visies, onze competenties en kwaliteiten. Als de werkelijkheid ons dat even tegenzit of tegenspreekt schieten we in stress en kramp. Terwijl liefdevolle ontnuchtering ons waarschijnlijker beter zou helpen. Wie is bij jullie verantwoordelijk voor de gulle lach?
Heb jij die rol op je afdeling of in het MT? Vat hem niet té lichtvaardig op. Relativering is als sambal; onmisbaar aan de ene kant, maar een mespuntje volstaat. Sla je door, dan slaat het dood. Dan krijg je synisme en sarcasme, spot en hoon. Dan blijft er niets over.
Relativeren is het ontmaskeren van schijnwaarden. Zodat aan het licht komt wat wél waar en belangrijk is.

Heb je ook een slechte verhouding met geld? Diep van binnen. Word je ook geplaagd door twijfels en vooroordelen bij het maken van winst, bij geld verdienen? Heb je ook last van je uurtarief? Als je met de klant praat Geeft allemaal niks, want er is hoop aan de horizon. Hoop in je mailbox, beter gezegd.
We kenden ze al uit Amerika en in Nederland schieten ze nu ook uit de grond. De businesscoaches die je willen leren om snel en veel geld te verdienen. Ze sturen je hele lange mails over hun businessboostprogramma’s met workshops, e-books, seminars en podcasts. Het eerste wat ze je gaan leren is dat geld verdienen en winst maken OK zijn. Helemaal OK. Dat om te beginnen. De rest komt daarna. Wat dat jou kost lees je helemaal aan het einde. Net als bij telsell.
Natuurlijk. Je moet een gezonde relatie met geld hebben om ondernemer te kunnen zijn. En je moet goed geld verdienen als je behoorlijk wilt ondernemen en een beetje lekker leven. Maar ondernemers zijn veel minder met geld verdienen bezig dan de meeste mensen denken. Ze zijn bezig met doen waar ze goed in zijn. En dat voor nog meer klanten en steeds weer beter. De relatie met geld – hún relatie met geld – is vanzelfsprekend.
Hoe gaat het tussen jouw en geld? Heb je een relatie of een fixatie? Geld is vooral middel. Als je het teveel je doel maakt word je armer.

Stel dat. Gedachtenexperiment. Stel dat de spreker niet komt opdraven. De trein rijdt niet, er is iets met een ziek kind, een keelontsteking of andere malheur. Over iets meer dan een uur gaan de deuren open. Eerst nog koffie met cake en al gauw moet je iets gaan aankondigen. Maar wat? Stel dat.
Het is een leuke oefening voor professionals. Stel dat je zelf dat uur moet gaan vullen voor een volle zaal. Wat ga je doen? Waar gaat het over gaan? Is het een crisis of juist de kans van je leven? Honderd ondernemers aan je lippen. Wat wil je nog meer?
Waar het over gaat die avond is waar het bij jou over gaat. Wat er nú belangrijk is en wat ze van je kunnen opsteken. Wat ga je ze vertellen of welke vragen ga je ze stellen? Of wat ga je ze laten dóen? Waarmee maak jij het een avond die ze niet snel zullen vergeten?
Ik ben benieuwd. Laat maar horen.

Misschien ís je verhaal ook niet goed genoeg. Om er anderen mee lastig te vallen. Om bij ze in te breken en ze duidelijk te maken waarom ze met jou zaken moeten doen. Misschien is dat het wat je tegenhoudt. Je verhaal is niks. In acquisitie.
Of je verhaal ís wel sterk, maar je denkt, dat ze wel wat beters aan hun hoofd hebben, dan naar je te luisteren. Dat ze al zo vaak gebeld worden. Dat ze niet op jouw geweldige aanbod zitten te wachten. Misschien houdt dat je tegen. Maar hoe geweldig is je verhaal dan echt?
Wat het ook is, het ligt aan je verhaal. Voor een goed verhaal gaan deuren open, worden gesprekken onderbroken, mag je ze uit bed bellen, die ondernemers. Stuk voor stuk. Voor het verhaal waar zíj aanwijsbaar beter van worden hebben ze áltijd tijd.
Nu alleen je verhaal nog beter.

Als je je hond wegduwt, telkens als hij even een aai komt halen, dan komt hij op een dag niet meer. Als je je kind voor de tv zet als het om je aandacht vraagt, dan zet het op een dag zelf het ding wel aan. Als je je partner antwoord geeft zonder de krant neer te leggen, dan krijg je op een dag geen vragen meer. Je krijgt waar je om vraagt. Op een dag.
Achteraf zullen we als marketeers met verbazing en schaamte terugkijken op het eerste decennium van deze eeuw. Wat hebben we onszelf in de vrede aangedaan? We hebben onze kantoren gesloten, onze baliemedewerkers naar huis en onze klanten de straat opgejaagd. We hebben ons verschanst achter slagbomen op bedrijventerreinen, achter webinterfaces en inlogschermen. We hebben het allerbelangrijkste – het klantcontact – uitbesteed aan callcenters. On target in New Delhi. En nu vragen we ons af; hoe onderscheiden we ons nog van concurrenten? Hoe maken we nog verschil? We zien nooit meer een klant. We hebben geen idee.
Glasvezelmarketing is marketing met contactarmoede. De klant weet inmiddels dat je geen moeite meer doet. Het zal hem worst wezen. Hij zoekt het zelf wel uit. Voor jou tien anderen. Er is maar één weg terug, marketeers van Nederland en dat is op je knieën. Aanbellen, sorry zeggen en beterschap beloven. En dan misschien, heel misschien….

Marketing is niet meer wat het geweest is. Onder invloed van marktomstandigheden verouderen de beste plannen en ideeën binnen maanden. Is commercie dan alleen nog opportunisme en hoe verhoudt dat zich tot de strategische rode draad? Is het vasthouden aan de grote lijn en tegelijk iedere dag weer iets anders?
In het beste geval heeft u een marketingplan. Of een document met een andere naam, waarin uw strategie beschreven staat, plus uw uitvoering. Kortom: dat wat u denkt en dat wat u gaat doen. Of dat wat u dácht en zich vóórgenomen had om te gaan doen. Want dat laatste is soms nog wel wat anders. Maar dat is in het beste geval. Dat u een marketingplan hééft. Lees verder..

Ik wil het niet weten. Dat wat je allemaal kunt en doet. Het is teveel om te onthouden en het helpt me niet om je goed te begrijpen. Wat ik wil weten is het enige waar je écht goed in bent. De verleiding is groot om uit te wijden en toe te voegen. Om van je etalage je magazijn te maken. Maar meer is niet duidelijker en meer is niet overtuigender. Minder wel.
Zelf wordt je er ook niet sterker van. Van veel in je uitstalling. In het een ben je overtuigender dan in het ander. Dat leidt je maar af. Dat houdt je maar uit je kracht.
Als dienstverlener sterker worden is afpellen en uitkleden. Net zo lang tot er maar heel weinig meer over blijft. Alleen datgene waarin je beter bent dan wie ook. Het enige waarover je echt met gezag spreekt en doet. Dat wat ik wel van je geloven en onthouden móet.
Het wordt moeilijker gemaakt dan het is. Er wordt veel teveel over geschreven en gepreekt. Marketing. De essentie van marketing is namelijk supersimpel. Wat voor wie, waarom en hoe dan? Beantwoord je die vier vragen, dan krijg je van mij al een zeven en een half voor marketing.
Veel marketingplannen scoren nauwelijks een zesje. De eerste aandacht gaat naar het wat (zeep, accountancy, webdesign) en de tweede aandacht vaak naar het wat verder allemaal ook nog (shampoo, advies, webhosting). De rest van de tijd gaat het over wat we ook nog kunnen nu we het er toch over hebben (tandpasta, pensioenzaken, ict-advies). Voor de andere vragen (voor wie, waarom en hoe dan?) blijft vaak maar weinig ruimte over. Het resultaat is magazijnuitstalling in plaats van marketing.
Marketing is beperking, bewering en bewijs. Beperking in wat je doet en beperking in wie je klanten zijn. (Laat duidelijk zijn wat niet en voor wie niet). Marketing is ook bewering. Vertel waarom klanten bij jou moeten komen en wat de betekenis voor ze is van wat je doet. Marketing is tenslotte bewijs. Onderbouw je verhaal met feiten, argumenten en referenties.
Wat, voor wie, waarom en hoe dan? Begin met een ruime voldoende.

Wie een dipje heeft moet vooral niet teveel in zijn hoofd blijven zitten. De beste remedie bij depressie is het verleiden van de patient tot activiteit. Het heeft iets met aandacht te maken en waarschijnlijk ook met stofjes in je hoofd. Ben je lusteloos en verdrietig, ga dan een eind fietsen. Goede kans dat je met een andere bril op thuiskomt. Zie je het niet meer zitten en duik je liever onder de deken? Ga nu je huis schilderen! Je krijgt een goed gevoel van het resultaat en ook gewoon van het doen. Het klinkt een beetje als jezelf aan je eigen haren uit het moeras trekken. Onmogelijk? Zet je verstand op nul en je merkt dat het kan.
Bert Wagendorp schreef vanmorgen een column in de Volkskrant met als titel Grote Aankoop. We moeten onszelf de crisis uit consumeren betoogt hij. Juist elkaar het vertrouwen teruggeven en aankopen doen in het belang van de economie. Hij heeft natuurlijk gelijk. Het geld klotst op onze spaarrekeningen en de economische crisis is een stemmingscrisis. De grote depressie zit meer tussen onze oren dan in onze portemonnee.
Zo bezien is het geen fraai voorbeeld dat het kabinet ons nu al weken geeft. Wekenlang gaan zitten somberen en piekeren onder de noemer van grote bezuinigingen is niet goed voor het geloof in onszelf. De heren zitten heel erg in hun hoofd en ondernemen ondertussen weinig om ons tegen beter weten in het goede gevoel terug te geven. Hun verbale en non-verbale positiviteit is niet gebaseerd op positieve actie. En overtuigt dus niet. Ze verleidt ons niet.
Ik had niet gedacht dat ik in mijn blogs ooit over iets met politiek zou schrijven. Beter maar de laatste keer ook. Ik ga weer positieve dingen doen.

Waar rook is, daar is vuur. En in elk vooroordeel schuilt een kern van waarheid. Zo heb je aan de ene kant marketeers en aan de andere kant verkopers. De eersten zijn van het dromen en denken en de laatsten van het doen en doorzetten. Beetje kort door de bocht misschien, maar verschil moet er zijn. Toch? En verschil is er.
Ooit begonnen als verkoper ben ik snel doorgegroeid naar marketeer. Dat zegt iets over mijn voorkeuren misschien? Ik kan niet ontkennen dat ik altijd meer van slim werken dan van hard werken was. (Over vooroordeel gesproken). En in mijn werkomgevingen van toen was het altijd een nuttige tegenstelling; die van verkopers tegenover marketeers. De onderlinge spanning was om te snijden. Een goed georganiseerd krachtenspel dat veel moois opbracht. Maar dat was in grote organisaties en dat was toen. Is het onderscheid van marketing en verkoop nog zo sterk en hoe zit dat in kleinere organisaties, die van tien of van één medewerker?
Wat doe je het liefst? Puzzelen met gegevens, piekeren over je positionering, of peuteren aan de juiste woorden? Sluit je jezelf graag op met een opgave voor je brein. Ben jij eigenlijk meer de marketeer? Of neem je liever de benenwagen, de hort op, handjes schudden, praatjes maken en wel zien wat er van komt? Heb jij meer verkopersbloed? Het moet natuurlijk allebei gebeuren en liefst een beetje in evenwicht.
Daar waar er voor marketing en verkoop geen aparte afdelingen zijn is het altijd oppassen geblazen. Wat staat er voorop: het brein of de benen? Slimme ondernemers zijn alert op hun hobby’s én hun allergiën. Ze kennen en corrigeren hun pappenheimer. Wat is jouw valkuil en wat doe jij om het evenwicht te bewaren?
|
|
Laatste reacties