“Ik bel je volgende week”. Je mag één keer raden. Wat denk je dat er gebeurt? Nooit meer wat van vernomen. Je mag nóg een keer raden. “Wij streven er naar uw mail binnen drie werkdagen te beantwoorden”. Het is nu twee weken later; nog steeds niks gezien. Of deze dan: “Gaan we doen, ik kom er op terug”. Ik heb de beste man nooit meer gesproken.

Als er één kwaal is waaraan we lijden, dan is het beloven-beloven-verzaken. Iedereen heeft er wel een verklaring voor, maar weinigen weten de spiraal te doorbreken. “Afspraak is afspraak”. Toon mij een directiekamer, waar dit niet een terugkerend onderwerp is. En wat intern een manco is wordt door klanten net zo hard ervaren. Het gevolg is dat zij uw lat maar niet zo hoog meer leggen: “Ik moet het eerst nog maar eens zien”.

Goede bedoelingen zat, maar intenties zijn geen afspraken, laat staan beloften. Intenties zijn strooigoed; nauwelijks de moeite van het oprapen waard. Een belofte is een geschenk, dat overhandig je elkaar met twee handen. Als je wat minder strooit, hou je tijd over voor je geschenken. (En maak ook verschil tussen dat wat je opraapt en dat wat je aanpakt.)